Selasa, 09 April 2019

Ik,... " ik ben een Süskind " ...


Op 04 mei herdenken wij. Echter de verhalen worden steeds minder, minder van de mensen die die periode meemaakten. Die kunnen vertellen over de oorlog. Over de periode of de voorafgaande periode in een veranderd Duitsland.   

Ze wilden die vreselijke nachtmerrie van de oorlogsjaren  1940 -1945 achter hun laten. Mijn oudste zuster, beide oudere broers waren in Amsterdam geboren. Daarna vertrok het gezin uit Amsterdam naar Drenthe. In de omgeving van Hoogeveen was mijn moeder geboren alsmede opgegroeid. In 1944 vielen de Duitsers hun huis aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam binnen. De Plantage Middenlaan waar toen mijn ouders woonden met hun dochtertje die net voor de oorlog werd geboren. De Plantage Middenlaan waaraan diergaarde Artis was gelegen. Later kwam uit dat in de diergaarde Artis ook veel Joodse onderduikers hebben gezeten in de oorlogsperiode.  

De Duitsers waren getipt. Zochten naar onderduikers. Naar  Joden. Mijn vader was op dat moment niet thuis. Maar mijn moeder, met op haar arm mijn zusje, die in 1939 geboren werd in Amsterdam die waren wel thuis. Een Duitse officier bleef bij de voordeur bij mijn moeder en zusje staan. Dit terwijl de Duitse soldaten met de Amsterdamse politieagenten de panden doorzochten. Op zoek naar onderduikers. Later zou blijken dat mijn ouders verraden waren door een NSB'er. Er zou een kleine jongen die ondergedoken zat bij mijn ouders, stiekem voor het raam hebben gekeken. De man een NSB'er  had dit waargenomen. Die kende toevallig ook het Joodse jochie. De NSB'er had dit als brave burger bij de politie gemeld. Zo zou het gegaan zijn. Eigenlijk is het niet relevant, ware het niet, dat mijn ouders een gruwelijke periode  doormaakten die ook op mijn leven grote invloed zou hebben.     

De Duitse officier zou tegen mijn moeder hebben geschreeuwd; "waar zijn die joden". De officier werd steeds kwader. Dit  naar mate steeds meer militairen en politieagenten terugliepen naar de vrachtwagens waarmee ze gekomen waren. De soldaten  melden  aan de officier; 'Keine Juden '. De officier ontstak in razernij. Zette diens pistool tegen het hoofdje van mijn zusje aan. Ineens drukte die af. Het moet verschrikkelijk geweest zijn. Jaren heb ik gezocht naar documentatie hierover. Uiteindelijk kon ik toen ik eenentwintigjaar was, het graf  van mijn zusje bezoeken. 

Mijn vader werd in de Amsterdamse Plantage Middenlaan  opgewacht door agenten in burger. Gearresteerd. Bij diens verhoor is hij gruwelijk mishandeld. Maar hij zweeg. Uiteindelijk  werd mijn vader overgebracht naar de beruchte gevangenis van Scheveningen. Mijn zusje werd begraven in Amsterdam.

Uit latere verhalen kon ik een soort reconstructie opmaken van hoe alles moest zijn gegaan. Bij alarm, dan konden de onderduikers van het ene naar het andere pand vluchten. De twee naastgelegen kantoorpanden aan de Plantage Middenlaan van Amsterdam waren ook van mijn vader. Heel veel later vertelde meneer David Heijen, dit verhaal aan mij. Hoe doordacht dit allemaal in elkaar stak. De onderduikers konden ongezien van het ene naar het andere pand komen. Door de vele contacten smokkelden ze als het ware kinderen uit Amsterdam.  

Ik ben geboren in 1951 in Hoogeveen. Toentertijd  nog een klein Drents dorp. Waar mijn vader zijn aluminiumfabriek naar toe had overgeplaatst. Mijn zuster is de oudste van ons gezin.  Twee oudere broers die net als mijn zuster in Amsterdam geboren werden. Over de oorlog werd niet meer gesproken. 

Toch, zo bleek al snel, dat deze periode een cruciale rol in mijn leven zou spelen. Mijn vader heb ik niet of nauwelijks gekend dan ziek op bed in zijn werkkamer. Het was een markante persoonlijkheid. Ook met veel aanzien. Als jochie van ongeveer zevenjaar, ' mocht ik een keertje met hem mee naar Leeuwarden naar de strafgevangenis. Waar hij een cliënt bezocht. Een blonde sterke grote knaap. Als die zijn best zou blijven doen, dan mocht die nadat hij zijn straf zou hebben uitgezeten, in het bedrijf van mijn vader kunnen werken. Heel veel later ontrafelde ik stukje bij beetje de geschiedenis van de periode 1940 - 1945 waarover men niet of nauwelijks wilde spreken. 

Er werden films gemaakt die eigenlijk niet overeenstemde met de realiteit. Eigenlijk veel meer vragen opriepen dan antwoorden gaven. Ook de film soldaat van Oranje. Een raar soort heldendom van één  individu. Onderduikers konden worden geholpen door een heel netwerk gespreid over heel Nederland.  Zoveel heldendom is er in Nederland niet geweest. Dit is dan weer mijn conclusie, ook omdat ruim negentigprocent van de Joodse Nederlanders zijn weggevoerd en vermoord. In geen enkel Europees land is dit aantal zo hoog geweest. Een heel klein deel van de Joodse mensen die werden gedeporteerd  hebben het uiteindelijk overleefd. Het verzet was klein, maar wel een goed geoliede machine.    

De complexiteit, maar ook de verschillende familiaire strubbelingen, maakte het allemaal nog complexer voor mij althans. Al vroeg leerde ik dat je zelfstandig moest zijn. Je eigen inhoud moest geven aan je leven. Ik hoefde thuis niet aan te komen met wijzen naar anderen of trachten de schuld af te schuiven op iemand anders. Ook als mijn zuster of twee oudere broers mij plaagde, ik huilend een veilig heenkomen zocht bij mijn vader of moeder. Dan  werd ik ook gelijk gecorrigeerd. Dop je eigen boontjes. Dat los je toch zelf op. Ook de relatie van mijn ouders bleek complex te zijn. Mijn vader was twintigjaar ouder dan mijn moeder. Ook was mijn vader eerder getrouwd geweest. Dus gescheiden. Niemand sprak hierover. Mijn vragen aan familieleden die werden  simpelweg nooit beantwoord. Ik kreeg gewoonweg nooit geen antwoorden.  

De hele complexiteit maakte een rare verwarring in je los. Iedereen sprak over één aarde. Eén mens. Eén God. Maar men trok overal grenzen. 

Elke woensdagmiddag als ik vrij was van school, mocht ik de draadomroep beluisteren. Dat programma begon steevast met deze boodschap;  

" Als alle mensen op aarde 'hand in hand' samen  gaan, dan kreeg het leven veel meer waarde breekt eindelijk de vrede aan".  

Zover is of zal het in mijn leven niet meer komen. De Joodse familie Heijnen; 'twee zusters en een broer', die ook een zoon hadden Jopie,.. bleek heel bijzonder te zijn. Net als trouwens huisarts Jaap Groenewegen of drs. van Rijn een Joodse huisarts. Dit maakte alles nog complexer. 

Ook het Apostolisch genootschap, waar ik als jochie elk lid van het Apostolisch genootschap moest aanspreken met Oom of Tante. Allemaal verwarring. Waarom,.. het hoorde nu eenmaal zo, zo was eenmaal de regel. Dan ook nog de bijzondere achternaam. De vele voornamen van mijn vader, ook van mijn zuster en van mijn broers. 

Maar ook de voornamen van mijn neven en nichten. Het was allemaal moeilijk om te ontrafelen. Dan de naoorlogse wederopbouw. Veranderingen of vernieuwingen. Ook maakte ik bewust de seksuele revolutie mee, net als de hippietijd. De tijd van vrijheid blijheid. Een periode in Nederland die toen nogal  doorschoot. Er waren wel overeenkomsten met andere verhalen die ik ontrafelde of waar ik eigenlijk in verloop van vele jaren op stuitte. Zoals het verhaal,.. maar ook de film ' Süskind.       




Walter Süskind (Lüdenscheid, 29 oktober 1906 – Midden-Europa, 28 februari 1945) was een Joodse Duitser van deels Nederlandse afkomst die als medewerker van de Hollandse Schouwburg ongeveer 600 Joodse kinderen aan de Jodenvervolging heeft helpen ontsnappen.

Süskind groeide op in een gezin met twee broers en een pleegbroer. Hij woonde tot 1938 in Duitsland in Keulen. En laat nu net mijn vader en onze hele familie van vaders kant uit Keulen of het nabije Monschau komen. Waar Süskind sinds 1929 werkzaam was als hoofd verkoop van de margarinefabriek Bolak voor de afzetgebieden Pruisen en Polen. Omdat hij twee Nederlandse grootouders had, bezat hij zowel de Duitse als de Nederlandse nationaliteit. Ook mijn familie hadden zowel textiel fabrieken als machine fabrieken.   

In 1938 besloot Süskind vanwege het opkomende antisemitisme in Duitsland naar Nederland te verhuizen. Hij vestigde zich met zijn vrouw eerst in Bergen op Zoom, waar hij werkte als verkoper voor Unilever en vanaf 1942 ging hij met zijn vrouw en inmiddels geboren dochtertje in Amsterdam wonen. Omdat de jodenvervolging inmiddels ook in Nederland was aangevangen, hoopte hij van-daar-uit naar de Verenigde Staten te kunnen emigreren. Hij correspondeerde hierover met zijn oudere broer Robert Süskind, die in 1937 al daarheen was geëmigreerd.

Süskind was werkzaam als metaaldraaier in een machinefabriek in Amsterdam, maar kreeg vanwege zijn Joodse afkomst ontslag. Vond daarna werk bij de Joodse Raad als chef bagage- en ordedienst. In die hoedanigheid was Süskind de beheerder van de Hollandsche Schouwburg, waar Amsterdamse Joden zich moesten melden, voordat ze gedeporteerd zouden worden naar Kamp Westerbork. Vanuit Westerbork werden de Nederlandse Joden gedeporteerd. 

Vanwege zijn vloeiende Duits of het feit dat hij destijds met de toen in Amsterdam werkzame SS-officier Ferdinand aus der Fünten op school had gezeten, vertrouwden de Duitsers SüskindSüskind kon  zonder argwaan te wekken de gegevens van geregistreerde Joodse kinderen vervalsen die laten onderdoken of laten ontsnappen via de nabijgelegen crèche op de Plantage Middenlaan 38 in Amsterdam. Is het toeval dat mijn ouders die aan de Plantage Middenlaan woonden goede contacten hadden. Dus die huiszoeking in 1944 en de arrestatie van mijn vader, samenhangt met dat verhaal van de 600 Amsterdamse Joden die verdwenen in het niets. 

Samen met de directrice van de crèche, Henriëtte Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad, die ook in de schouwburg werkte, werd een werkwijze opgezet om de kinderen er weg te krijgen. De baby's werden achterom door de tuin naar de Hervormde Kweekschool gebracht waarbij de directeur ervan, Johan van Hulst, meewerkte. Hiervandaan gingen ze in een tas, mand of rugzak naar buiten, werden per tram of trein naar Limburg, Drenthe, Friesland en Groningen gebracht, waar het verzet onderduikadressen regelde. Zo hoorde ik een verhaal van een meisje die was ondergeboden bij een gezin in Westerbork. Zonder het te weten waren haar ouders in kamp Westerbork gedetineerd en gingen op transport.  

Halverstad en Süskind zorgden ervoor dat de inschrijvingen van de kinderen verwijderd werden uit de administratie. Dit werk gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad hiervan op de hoogte was. Gedurende de achttien maanden dat hij de schouwburg beheerde, moet hij met behulp van een aantal verzetsgroepen zeker 600 kinderen, ook een aantal volwassenen gered hebben van de deportatie.

Uiteindelijk moest het gezin Süskind zelf ook op transport naar Westerbork. Op 02 september 1944 werden ze van-daar-uit op transport gezet naar Theresienstadt. Süskind had een vervalste brief van de nazi's bij zich, waarin stond dat hij voor hen onmisbaar was geweest, probeerde deze aan commandant Karl Rahm te overhandigen, maar dit hielp niet. 

Ze werden per goederenwagon op transport gesteld naar Auschwitz-Birkenau. Daar kwamen ze aan in oktober en bij de selectie werd hij gescheiden van zijn vrouw en dochtertje. Deze gingen direct naar de gaskamer, waar ze werden vermoord, terwijl Süskind zelf nog een tijdlang in het kamp verbleef. Süskind zelf stierf uiteindelijk rond 28 februari 1945 op een onbekende plek, mogelijk tijdens een van de transporten van kamp naar kamp, de zogenaamde dodenmarsen.

Na de oorlog werd het werk van Süskind geëerd door een bronzen plaquette aan de huidige IVKO-school aan de Plantage Middenlaan 31-33. Hierop staat de tekst: 

"Aan allen die tijdens de Duitse bezetting hebben geholpen Joodse kinderen voor deportatie te behoeden. 1940-1945." 

Ook werd de ophaalbrug over de Nieuwe Herengracht bij de Hermitage in Amsterdam na de oorlog naar hem vernoemd. Op 15 januari 2012 ging de Nederlandse speelfilm Süskind van Rudolf van den Berg in première, die gebaseerd is op zijn leven. Ik werd hiervoor uitgenodigd, maar ben niet gegaan. 

Net voor zijn dood vroeg Aaltje Boers - de Vries en  Wolter Boers of ik langs wilde komen in Deventer waar ze woonden. Beide hadden geen kinderen. Wolter Broers was toen terminaal ziek. Beide wilden 'hoe dan ook' dat ik een kunstwerk van hen zou krijgen. Wolter Boers was geboren in het Drentse Nieuweroord. 

Die dag vertelde Wolter dat hij en mijn moeder elkaar als kinderen goed gekend hadden. Beide naar de zelfde lagere school waren gegaan voor de oorlog. Mijn moeder was geboren in Hollandseveld. Mijn moeder had twee jongere zusjes. Haar moeder was bij de geboorte van haar jongste zusje in het kraambed overleden. Ik heb dit nooit geweten.

Mijn moeder groeide op nabij Nieuweroord bij de zuster van haar vader. Zodoende groeide Wolter Broers en mijn moeder in die omgeving woonden beide op. Toen mijn moeder zestienjaar was, kreeg ze een baan in Hoogeveen bij huisarts Duimar van Twist als meisje voor "dag en nacht'. Maar voornamelijk verzorgde mijn moeder de zoon en de dochter van de huisarts. 

Ze ging voor de oorlog drie avonden naar de avondschool. Bleek goed te kunnen leren. De familie Duimer van Twist gingen in de zomermaanden op vakantie in Noordwijk aan Zee. Logeerden dan in het badhotel " Huis ter Duin ". De familie Tappenbeck zochten een Gouvernante voor hun opgroeiende kinderen. Omdat mijn moeder tijdens die vakanties van de familie Duimer van Twist meeging, dus zo ook de kinderen van de familie Tappenbeck leerde kennen, vroeg de familie Tappenbeck of mijn moeder op de vacature als Gouvernante wilde solliciteerde. Dat deed ze. Daar heeft mijn moeder mijn vader leren kennen Tappenbeck was bevriend met mijn vader. Tappenbeck en mijn vader beide met familie in Duitsland studeerden samen rechten.  

Toen ik net achtjaar oud was geworden, overleed mijn vader. Bewust heb ik hem dus nooit meegemaakt. Na de oorlog was hij ziek door zijn arrestatie door de Duitsers. Later vertelden mensen dat de hele familie Scheijbeler verdacht werd achter de aanslag op Adolf Hitler te hebben gezeten. Er gaan nog veel meer verhalen. Bijna de hele familie na de aanslag op Adolf Hitler werd gearresteerd. Daarbij waren familieleden van mijn vader in Duitsland betrokken geweest. Ook was mijn vader actief in het verzet. Ook Tappenbeck was actief in het verzet. Voor hem is op de boulevard in Noordwijk aan Zee, een monumentje geplaatst.  

Na de dood van mijn vader veranderde eerst eigenlijk helemaal niks. Maar dat op bezoek gaan bij mijn vader in het academisch ziekenhuis van Groningen, was ook heel indrukwekkend geweest, soms ook heel vervelend. Bij het ziekenhuis melde Bernard de chauffeur van mijn vader, ons beide dan aan. Daarna onder een poort bij de portiers door. Dan moest je wachten totdat de deuren opengingen. Een lange gang door. Dan de zalen waar allemaal zieke mensen bij elkaar lagen. Alles was wit. Ik droomde er s'nachts van. Die zusters met hun  witte kapjes op. Hun schorten voor, alles spierwit. Ze zaten mij dan achterna. Badend in het zweet werd ik dan wakker gemaakt door mijn moeder. Dan mocht ik bij haar in bed liggen. Dokters met lange witte jassen. Een naargeestige sfeer. Nu keek de huisarts anders. Op rustige toon,  strak aankijkend, vertelde die mij "Je vader is overleden jongen". Zelf haast huilend, vertelde de huisarts me dat. 

Dat de dood zo'n impact zou hebben, dat had ik niet verwacht. Ik mocht naar zijn werkkamer, waar mijn vader dood op zijn bed lag. Een schoon laken hadden ze over hem heen gelegd. Ik haalde dat laken van mijn gezicht af. Dat kon toch niet zo. Vaak als hij sliep, grapjes met me uithaalde, riep hij dan kiekeboe. Nu niet.    

De gordijnen voor de ramen waren gesloten. Alle planten waren uit de vensterbank weggehaald maar ook weggezet. Bernard (chauffeur) en Sientje ) meisje voor dag en nacht)  waren druk doende alles in een bepaalde sfeer te brengen. Die middag kwamen er mensen van de uitvaartvereniging, die mijn vader zouden opbaren in een houten kist. Die kist kwam dan op twee schragen te staan, daar omheen een zwart kleed. Zo hoorde het. Nu mocht ik nog eventjes bij hem zitten. Naar hem kijken of hem nog eventjes aanraken. Zijn ogen waren gesloten. Zijn handen waren gevouwen. 

Mijn moeder was in de tuinkamer. De huisarts had haar kalmerende tabletten gegeven. Ze keek alleen maar met betraande ogen. Toen ruw de schuifdeur werd geopend legde ik mijn vinger voor mijn mond, siste dat ze stil moesten zijn, Papa slaapt. Nadat de doodgravers klaar waren, zat in de kist een klein raampje. Nu wist ik pas dat  het voorgoed voorbij was. Thuis kwamen heel veel mensen om te condoleren. Er werden bloemstukken en kransen bezorgd. Mijn leven zou abrupt veranderen in een chaotische hel. Mijn oudste broer nam zo goed,  kwaad dat het ging, de rol van mijn vader een beetje over. Hij werkte overdag. Mijn andere broer ging zijn weg. Zag alleen maar veel meer vrijheden misschien voordelen. Prins Bernard en honderden andere mensen, kwamen afscheid van mijn vader nemen. Op de dag van de ter aardebestelling. Ik mocht s'morgen vroeg alleen eventjes voorgoed afscheid van hem nemen. Daarna werd ik meegenomen door de hoofdonderwijzer. Waar ik die dag in huis zou blijven.    


Mijn ouders hadden in de oorlog een keuze gemaakt. Toen woonden mijn vader in Amsterdam aan de Plantage Middenlaan. Mijn vader had daar  verschillende handelsondernemingen. Bewoonden een gigantisch pand aan de Plantage Middenlaan. Waar mijn vader ook twee kantoorpanden had. Waar met name voor de oorlog, producten uit Duitsland werden verhandeld. En een tweede belangrijke handelsonderneming was inkt en papier. Benodigdheden voor typografen werden verhandeld voor drukkerijen. 

De familie Tappenbeck waren welgestelde hoteliers. Tappenbeck had aan de Nederlandse kust het hotel "Huis ter Duin" opgezet.  Bewoonden naast het hotel  de villa Petrahof. Ook de familie van mijn vader, ook mijn vader, kwamen uit Duitsland in de nabijheid van Keulen. Wolter Boers vertelde mij dat er een familie museum in Duitsland bestond. Das Rote Heus in Monschau. 

Tappenbeck en mijn vader hadden eerst samen rechten gestudeerd in Duitsland. Later in Nederland in Leiden. Al snel zette beide verschillende bedrijven op. Ook gelieerd aan de Duitse bedrijven van familieleden. 

Toen de oorlog uitbrak vertrok mijn vader naar Amsterdam.  Kocht een aantal panden aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam. Hij was zeer bevriend met kunstenaars,  schrijvers, journalisten. Mede doordat hij ook inkt verhandelde, schrijfmachines verkocht, maar ook benodigdheden voor drukkerijen. Waarvan hij in Nederland de enige was die dat mocht verkopen. Voornamelijk Duitse fabricage. Wolter Broers vertelde mij wat hij allemaal wist. 

Over het verhaal van Süskind glimlachte Wolter Boers. Zonder je ouders, had Süskind niemand kunnen laten onderduiken. Het hele netwerk voornamelijk Noord Nederland met verzetstrijders vertrouwden op je moeder. Ook ik heb me ervoor ingezet. Maar ook je vader een markante persoonlijkheid en Rudolf Tappenbeck, speelden daarin een grote rol. Tappenbeck is in december 1944 opgepakt. Je vader in januari 1944. Je vader is heel zwaar gemarteld door de Duitsers. Zodanig dat die  uiteindelijk niet meer kon worden getransporteerd naar Duitsland. Zo ziek was die. 

Het gaf een verklaring dat ik mijn vader nooit anders had gekend dan ziek op bed in zijn werkkamer. Je ouders brachten die kinderen eerst onder aan de Plantage Middenlaan van Amsterdam.  In de kantoorpanden, maar ook het woonhuis. Van daaruit werden ze binnen een netwerk van verzetsmensen uit Amsterdam gesmokkeld. Kwamen in het netwerk van je vader en moeder terecht. Naar Friesland, Drenthe en Groningen.

Ook jij bent eigenlijk een naoorlogse Süskind. Zonder dat je dit misschien zelf ooit hebt gemerkt hebben vele mensen uit respect en waardering steeds op je gelet. En waar mensen iets voor je konden betekenen je geholpen. Na zijn gesprek gaf hij mij een tekening die een Groninger kunstenaar had gemaakt die ook in de oorlog behulpzaam was geweest in het vervalsen van documenten. 

Van Jongs af aan heeft mijn leven in het teken gestaan van alle gebeurtenissen in mijn vroege jeugd. Natuurlijk heeft de oorlog iets met mij gedaan. Langzaam maar zeker veranderd onze wereld. Ook de haat explosies via de digitale snelweg leert ons dat mensen wederom beginnen " zwart Wit " te denken.  Ik hoop dat ze lering getrokken hebben uit een slechte periode voor Europa en de wereld. Maar vooral de opkomst in Duitsland van extreem recht wat tevens overwaait naar andere Europese landen baren mijn grote zorgen.